De rol van het bestuur bij een conflict binnen de organisatie
Bestuurders van een stichting of vereniging hebben met heel veel verschillende partijen te maken. Denk aan uw collega-bestuurders, leden/donateurs, commissieleden, werknemers/vrijwilligers en andere belanghebbenden. Er is dus een reële kans dat er tussen u en één van die groepen iets mis gaat. Maar ook tussen die groepen onderling kunnen conflicten ontstaan. Conflicten liggen immers overal op de loer. Wat is de rol van het bestuur als er zaken (dreigen te) escaleren en er sprake is van een (sluimerend) conflict? Vaak sluimeren conflicten eerst een tijdje, voordat het echt tot een escalatie komt. Hoe u met een conflict moet omgaan, is afhankelijk van een aantal factoren.
Ingrijpen
Er kunnen allerlei partijen bij het conflict betrokken zijn (zie afbeelding). Ook de fase waarin een conflict zich bevindt, is van belang. Er zijn vijf fases:
1. Een potentieel conflict: de betrokken partijen gaan wel met elkaar om, maar hebben bijvoorbeeld een tegengesteld belang. In deze fase hoeft u nog niet in te grijpen. Er is namelijk een grote kans dat er dan juist een conflict ontstaat.
2. Een incidentele aanvaring: de betrokken partijen hebben een geschil, maar zijn zelf nog in staat om het probleem op te lossen. Ook in deze fase is het niet zinvol als u ingrijpt. U moet wel alert zijn en de relatie tussen partijen in de gaten houden.
3. Een beginnende escalatie: er is opnieuw een incident tussen dezelfde partijen. Door in het begin van deze fase in te grijpen, kunt u misschien voorkomen dat het conflict in de volgende fase belandt.
4. Een openlijk conflict: partijen willen niet meer met elkaar communiceren, zitten elkaar continu dwars en proberen anderen aan hun kant te krijgen. In deze fase heeft ingrijpen meestal geen effect meer.
5. Een onderdrukt conflict: na een openlijk conflict gaan partijen ogenschijnlijk weer normaal met elkaar om, maar een klein incident kan de vlam weer in de pan laten slaan. Ingrijpen is nuttig om te voorkomen dat er opnieuw een openlijk conflict ontstaat.
In de praktijk treden bestuurders vaak op als een conflict zich al in de derde of vierde fase bevindt. En dan is het eigenlijk al te laat.
Bemiddelaar
Als bestuursleden onderling een conflict hebben, is het aan te raden om iemand van buiten het bestuur te vragen om te bemiddelen. In bepaalde situaties kan de voorzitter of één van de bestuursleden deze rol ook vervullen. Uiteraard mag die persoon niet bij het conflict betrokken zijn. Om over te gaan tot bemiddeling moeten de bestuursleden wel beseffen dat er een conflict is. Is dat niet het geval, dan zal een andere belanghebbende het initiatief tot bemiddeling moeten nemen. Zo kan bijvoorbeeld in de ledenvergadering geëist worden dan het gehele bestuur moet aftreden, tenzij het bestuur de hulp van een bemiddelaar inroept.
Emoties
Is er een conflict in het bestuurlijke deel van uw organisatie (bijvoorbeeld tussen bestuur) en leden of andere belanghebbenden, dan moet u het conflict verzakelijken. Dat wil zeggen dat u als bestuur bepaalde voorstellen op papier zet en die voorlegt aan de leden c.q. belanghebbenden. U moet dan wel de gewone procedures waarmee besluiten genomen worden, toepassen. Omdat de emoties meestal hoog oplopen, is het verstandig om hierbij een extern adviseur in te schakelen.
Bij dit soort conflicten trekt er meestal één partij aan het kortste eind. Beslissen de leden of andere belanghebbenden iets waar het bestuur niet achter kan staan, dan zullen de bestuursleden vaak opstappen. Halen de leden of andere belanghebbenden (of een aantal van hen) bakzeil, dan zullen zij waarschijnlijk hun lidmaatmaatschap van of betrokkenheid bij de organisatie beëindigen. Hoewel dit natuurlijk nooit de bedoeling is, is het soms beter om afscheid van mensen te nemen dan om een compromis te bereiken. Uw organisatie kan dan weer met een schone lei verder.
Ondermijnen
Als bestuur kunt u zich beter niet bemoeien met een conflict in het uitvoerende deel van de organisatie (bijvoorbeeld tussen de directeur en een werknemer of vrijwilliger).
Hier zijn verschillende redenen voor aan te voeren:
- U ondermijnt de positie van de directeur .
- U maakt het bestuur partij in het conflict.
Ook in dit geval is het het beste om een externe adviseur of bemiddelaar in te schakelen. U moet dit door de directeur zelf laten doen. Uiteraard mag het bestuur wel ondersteuning bieden in de vorm van geld (om de bemiddelaar te betalen) of door toe te zeggen dat u zult meewerken aan een gedwongen ontslag van de betreffende werknemer. U kunt ook als luisterend oor fungeren en meedenken over mogelijke oorzaken en oplossingen. Maar waak ervoor dat u het probleem naar u toetrekt. Het blijft het probleem van de ander en die zal ook zelf zijn verantwoordelijkheid moeten nemen.
Openheid
Het ligt iets anders als de problemen ontstaan door het functioneren van de directeur. In dat geval kunt u als bestuur beter wél een extern persoon inschakelen, die onderzoekt wat er aan de hand is en welke oplossingen er zijn en daarna pas bemiddelt. Zorg er wel voor dat er alleen aan het bestuur verslag wordt uitgebracht. Het is uitermate onverstandig om een rapport te laten schrijven, want zo'n rapport is vaak weer de bron van een volgend conflict. Als iemand buiten het bestuur weet dat er een rapport is, dan zal men kennis willen nemen van de inhoud van het rapport en openheid van zaken eisen.
Heeft het bestuur een conflict met de directeur, dan is dat jammer voor de directeur. Om het even populair te zeggen: het bestuur is de baas. Toch zal er vaak een machtsstrijd ontstaan. De directeur zal namelijk gaan lobbyen en proberen om anderen voor zijn karretje te spannen. U moet dit als bestuur meteen in de kiem smoren, bijvoorbeeld door de directeur te ontslaan of door hem duidelijk te maken dat hij hierdoor zichzelf in de vingers snijdt. Slaagt de directeur in zijn opzet, dan krijgt u als bestuur te maken met een motie van wantrouwen en zullen belanghebbenden u vragen om op te stappen. De directeur heeft dan gewonnen.
Knopen doorhakken
Probeer in ieder geval te voorkomen dat op een bepaald moment iedereen met iedereen ruzie heeft en dat eigenlijk niemand meer weet waar het conflict nu over gaat. Tijdig ingrijpen helpt, hoe moeilijk het soms ook is. Als bestuurder moet u ook knopen doorhakken en soms impopulaire maatregelen nemen. Blijft u achterover leunen en met uw armen over elkaar zitten, dan is de kans groot dat uw organisatie naar de knoppen gaat.